Kostenverhaal onder de Omgevingswet: meer dan een juridisch vraagstuk

Een klein woningbouwinitiatief, een paar woningen erbij… en tóch kostenverhaal? Onder de Omgevingswet kan dat ineens de realiteit zijn.

Waar kostenverhaal onder de Wabo en Wro in de praktijk vaak werd benaderd als een inzetgestuurd instrument (“hoe groot is dit initiatief en hoeveel werk kost het?”), is het onder de Omgevingswet veel strakker juridisch afgebakend. Kostenverhaal is niet langer gekoppeld aan de omvang van een initiatief of de verwachte ambtelijke inzet, maar aan het type activiteit. Het Omgevingsbesluit wijst expliciet aan welke activiteiten kostenverhaalplichtig zijn. Zodra sprake is van zo’n aangewezen activiteit én een planologische procedure, komt kostenverhaal juridisch in beeld.

Kleine initiatieven, grote juridische gevolgen

Dat schuurt in de praktijk, juist bij kleinere initiatieven. Onder de Wabo was het proces overzichtelijk. Kleine afwijkingen van het bestemmingsplan werden vaak afgehandeld via de kruimelgevallenregeling: beperkte ruimtelijke impact, beperkte ambtelijke inzet en plankosten die via leges werden verhaald. Veel gemeenten hebben die werkwijze onder de Omgevingswet in feite voortgezet, bijvoorbeeld door te werken met een interne indeling in lichte en zware buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). In de uitvoering voelt de ‘lichte BOPA’ daardoor nog steeds als de opvolger van het kruimelgeval: kleinschalig, voorspelbaar en procesmatig relatief eenvoudig.

Maar juridisch is het speelveld veranderd. Ook een procesmatig ‘licht’ initiatief kan onder het kostenverhaalregime vallen. Daar ontstaat in veel organisaties spanning. Interne procesindelingen zoals licht versus zwaar zijn bedoeld om werk beheersbaar te houden en zeggen vooral iets over doorlooptijd, betrokken disciplines en bestuurlijke aandacht. Maar die proceskeuzes bepalen niet of kostenverhaal juridisch verplicht is. Wanneer deze lijnen één-op-één aan elkaar worden gekoppeld, leidt dat in de praktijk tot onnodige uitvoeringsdruk bij kleine initiatieven, onduidelijkheid richting initiatiefnemers en een kostenverhaalpraktijk die juridisch klopt maar procesmatig wringt.

Effecten op leges en kostendekkendheid

Die spanning blijft bovendien niet beperkt tot de uitvoering. Wanneer kosten die voorheen via leges werden gedekt verschuiven naar kostenverhaal (of juist andersom), raakt dit direct de kostendekkendheid van de legesverordening. Juridisch correcte keuzes kunnen dan financieel ongewenste effecten hebben, als er geen inzicht is in deze verschuivingen.

Tegelijkertijd is de Omgevingswet strikter, maar niet rigide. Het Omgevingsbesluit biedt expliciet ruimte om af te zien van kostenverhaal wanneer de te verhalen kosten beperkt zijn. Artikel 8.14 Ob is daarmee niet een uitzonderingsroute, maar een belangrijk instrument om proportionaliteit te organiseren. De vraag verschuift daarmee van “mag kostenverhaal?” naar “wanneer is kostenverhaal zinvol en uitvoerbaar?”. Zonder een bewuste en consistente toepassing van deze ruimte bestaat het risico dat ook kleinschalige initiatieven automatisch in een zwaar kostenverhaalspoor terechtkomen, met hoge uitvoeringslasten en beperkte opbrengst.

In veel gemeenten fungeert de ‘lichte BOPA’ ondertussen als een praktisch overgangsinstrument. Het maakt het mogelijk om onder de Omgevingswet vergelijkbare typen kleinschalige initiatieven te blijven faciliteren als voorheen onder de kruimelgevallenregeling. Daarbij is van belang dat kostenverhaal onder de Omgevingswet niet wordt bepaald door de vraag of sprake is van een lichte of zware BOPA, maar uitsluitend door de in artikel 8.13 Omgevingsbesluit aangewezen bouwactiviteiten. Veel kruimelgevallen vallen ook onder de Omgevingswet buiten die aanwijzing en zijn daarmee niet kostenverhaalplichtig. De spanning ontstaat met name wanneer een procesmatig ‘licht’ initiatief wél een aangewezen bouwactiviteit betreft.

Structurele oplossing: sturen via het omgevingsplan

Op termijn ligt de ontwikkelrichting echter vaak in het omgevingsplan zelf. Door kleine afwijkingen structureel te verankeren, neemt het aantal buitenplanse procedures af en vermindert ook de spanning rond kostenverhaal.

De kern is dat kostenverhaal onder de Omgevingswet niet alleen een juridisch of financieel onderwerp is, maar vooral een organisatievraagstuk. Het vraagt om bewuste keuzes over procesinrichting, rolverdeling en de inzet van instrumenten zoals artikel 8.14 Ob. Senze helpt gemeenten bij het maken van die keuzes door het juridisch kader van kostenverhaal te verbinden met de uitvoeringspraktijk. Met analyses van processen, kostenverhaalplichtige activiteiten en effecten op de kostendekkendheid van leges ondersteunen wij gemeenten bij het maken van onderbouwde en bestuurlijk uitlegbare keuzes, juist in de transitiefase van de Omgevingswet.

Heeft jouw organisatie daar behoefte aan? Neem dan contact op met Guus Leeuw via gleeuw@senze.nl of 06-52833877.